Je bent wat je voorouders aten

Updated: Feb 28

"Kijk diep in de natuur en je zult alles beter begrijpen" is een interessante quote van Einstein. Het is voor het begrijpen van het leven, ziekte en gezondheid zeer relevant om de natuur en haar geschiedenis te bestuderen. Het paleolithicum is voor de mens een zeer lange en relevante tijdsperiode geweest, waarin wij als nomaden leefden en het voedsel verkregen werd door te jagen en verzamelen. Interessant is om te weten hoe onze voorouders leefden en wat zij aten. Dit grote stuk evolutionaire geschiedenis duurde van 2,5 miljoen tot 12.000 jaar geleden en wordt afgesloten door de komst van de landbouw. Vooral deze periode heeft ons genetisch gevormd en hoe we vandaag de dag functioneren. Zou de verandering in levensstijl en voeding gevolgen hebben voor de mens? Lees in dit artikel wat de gevolgen zijn van onze leefgeschiedenis, waarbij met name voeding belicht wordt.


Van jagen-verzamelen naar landbouw

Archeologische vondsten laten zien dat in het Midden-Oosten 12.000 jaar geleden de eerste mensen leefden die op landbouw overgingen. In Europa vond deze transitie pas 5500 jaar geleden plaats. Zoals gewoonlijk spelen meerdere factoren een rol, waaronder een opwarmende aarde. We kwamen uit een ijstijd en dan levert landbouw minder op. De periode ervoor, 'het paleolithicum' is vooral bepalend voor onze genetica en hoe ons lichaam functioneert. De reden hiervoor is dat evolutieprocessen en genetische veranderingen maar traag verlopen. De landbouwperiode is dus vanuit de natuur en evolutie bekeken maar kort met nog weinig mogelijkheid tot het 'maken' van aanpassingen. Dit geldt uiteraard nog meer voor de laatste 250 jaar (start in Engeland), dat we het industriële tijdsperk noemen. Dit betekent overigens niet dat er geen kleine genetische aanpassingen zijn gedaan in de afgelopen duizenden jaren.


Gevolgen van deze landbouwtransitie en andere leefomstandigheden

Dat mensen anders zijn gaan leven heeft enorme gevolgen. Zo was de transitie naar de landbouw in tegenstelling tot wat mensen veelal denken, niet bevorderlijk voor onze gezondheid. Onderzoek laat zien dat ongeacht de locatie en soort gewas er zich een vergelijkbare trend voordeed: De lengte en gezondheid van de mensen nam af (1). De leefomstandigheden waren veel zwaarder en infectieziekten kwamen meer voor. Landbouw maakte het verkrijgen van meer voedsel en energie mogelijk, wat leidt tot het kunnen hebben van meer kinderen. Er deed zich een verschuiving van kwaliteit van leven (gezondheid), naar kwantiteit (hoeveelheid nageslacht) van leven. Langzaam overwoekerden de volkeren die landbouw bedreven de nomadische manier van leven. Evolutie en de natuur gaan over voortbestaan. Dit voortbestaan en manier van leven heeft ons uiteindelijk ergens gebracht. Wetenschappers betogen met overtuigend bewijs dat het enorme verschil met hoe we vroeger leefden en de huidige leefomstandigheden, de centrale oorzaak is voor de moderne chronische (westerse) ziekten, waar we grootschalig en in toenemende mate aan lijden. De zogenoemde mismatch tussen onze genen en lifestyle geeft een enorme 'druk' op de mens. Dit lokt uit het eerder doen ontstaan van klachten, ziekten en aandoeningen. Uiteindelijk krijgen we allemaal wat en is de dood het eindstation. Een laaggradige (sluimerende) ontsteking is een onderliggend ziekte proces in het menselijk lichaam. Dit speelt een centrale rol in versneld ouder worden en chronische ziekten volgens wetenschappers (2).


Voeding zeer centraal in onze gezondheid

Voeding is een belangrijk onderdeel en factor in de mismatch tussen omgeving en genen. Veel adviezen die gegeven worden zijn evolutionair bekeken onlogisch en onjuist volgens goed wetenschappelijk onderzoek. Zo werd lange tijd (natuurlijk) vet als boosdoener gezien. Vindt u het bijvoorbeeld ook niet vreemd dat we jodium moeten toevoegen aan brood of zout? De gedachte hierachter is dat we het anders niet voldoende binnen krijgen. Hoe deden we dit vroeger dan? Ik denk niet dat onze voorouders een potje JOZO gebruikten bij die heerlijke gestoofde mammoet. Lees verder voor wijsheid over mensvoeding, dat overigens vanwege de complexiteit, op het eerste oog tegenstrijdig kan zijn.


Onze lichaamscellen zijn op Mars beland

Voor ons lijf en (epi)genetische programmering is het leven van vandaag alsof we op Mars zijn beland. Zo eten we de hele dag door veel snelle a-cellulaire suikers (e.a. granen, rijs en aardappelen), bewegen amper en hebben hypotheekstress. Vroeger deden we (noodgedwongen) aan fasten, suikers kwamen voornamelijk uit langzame cellulaire groenten, we bewogen de hele dag en hadden vooral kortdurende stressbronnen, zoals koude en hitte. Het is natuurlijk geen toeval dat fasten, bewegen, de sauna of een koude douche bewezen gezondheidseffecten hebben. We zijn 'gebouwd' voor een dag niet eten of in koud water baden, waardoor we onze lichaamscellen een gezonde stressprikkel geven. Juist door deze bezigheden worden we gezonder.

Daarnaast kunnen we uiteraard nieuwe dingen zoals koemelk drinken via lactasepersistentie (sinds 8000 jaar), al geldt dat niet voor iedereen. Dat we granen of alcohol kunnen verteren en er niet direct dood bij neer vallen hoeft niet te betekenen dat het ook goed voor ons is in de mate dat wij het nemen. Veel schadelijke effecten zijn niet (direct) merkbaar. Daarmee zeg ik niet dat granen of bijvoorbeeld alcohol slecht is. De natuur gaat over balans en mate van. Dat verschilt per mens en zelfs per dag. Lees verder over hoe onze complexe voorgeschiedenis begon.


Hoe het in Afrika begon

Vroege homonoiden (homo betekend mens) dus mensachtigen leefden zo'n 10 miljoen jaar geleden in Afrika. Pas met de de komst van Homo Erectus is het Afrikaanse continent voor het eerst door mensachtigen verlaten. Homo Erectus had als eerste een aanzienlijk groter brein, maar ook langere benen en handen zoals wij ze vandaag de dag hebben. Homo erectus was een centrale voorouder waaruit 'takken' van andere mensachtigen ontstonden, zoals Homo Heidelbergensis (Afrika-Europa-Azie), Homo Heidelbergensis Denisova (Azie) en de meer bekender Homo Neanderthalensis (Europa, West-Azie).


Vele mensachtigen hebben bestaan

Hieronder (video) gaan we van terug in de tijd richting het heden. Meerdere voorouders worden besproken, want het is namelijk niet compleet helder wat onze exacte evolutielijn is. De vraag is of er überhaupt over een 'lijn' zou moeten worden gesproken, want er is bijvoorbeeld genetische uitwisseling tussen soorten. Alle soorten in dit artikel worden door de wetenschap als onze voorouders beschouwd.


Bekijk deze prachtige weergave van menselijke evolutie:

Bron: American Museum of Natural History, New York, NY


Homo Sapiens en 'out of Africa'

De verdere ontwikkeling van de hominiden verliep gedurende een aantal miljoen jaar tot ongeveer 200.000 tot 160.000 jaar geleden het definitieve uiterlijk van Homo sapiens bereikt werd (2). De toenmalige mens verbleef op een aantal locaties in Afrika (Ethiopië, Kenia, Zuid-Afrika) en waarschijnlijk in Eurazië. Een zeer recente 'bottleneck' gebeurtenis, de eruptie van supervulkaan Toba 74.000 jaar geleden (zie afbeelding) heeft de toenmalige bevolking waarschijnlijk grotendeels uitgeroeid en teruggebracht tot een zeer gering aantal overlevenden in tropisch Afrika (Ethiopië, Kenia). De overgebleven populatie heeft waarschijnlijk zo´n 10.000 tot 20.000 jaar gebruikt om weer op een peil te komen, waardoor de dichtheid van de bevolking een niveau haalde dat migratie naar andere delen van de wereld noodzakelijk maar ook mogelijk maakte (2).


Er zijn meerdere migratiestromingen geweest maar de laatste trek “out of Africa” begon zo rond 60.000 jaar geleden (zie afbeelding), waarschijnlijk ingegeven door de genoemde verhoging van de bevolkingsdichtheid en de noodzaak tot het vinden van voeding. Zeer recent is een nieuwe verklaring gegeven voor de trek uit Afrika: de vlucht voor pathogenen en dan vooral voor malaria. Aangenomen wordt dat de pathogenendruk in Afrika zeer groot was en dat overlevingsdrang de toenmalige mens uit Afrika heeft gedreven. Mogelijk hebben deze mensen ziekteverwekkende pathogenen meegenomen op hun reis naar Europa, wat een factor zou kunnen zijn voor het uitsterven van de Neanderthaler in die gebieden.


Bij de ontmoetingen met andere soorten hebben Homo sapiens zich o.a. voortgeplant met de Neanderthaler, wat te zien is aan de circa 1-2% Neanderthaler DNA in de moderne mens. Zo bevatten Oost-Aziaten de meeste, Europeanen gemiddeld en Afrikanen de minste Neanderthaler DNA. Oost Aziaten zijn overigens ook degenen die de meeste DNA van de Denovia mens bevatten. De Neanderthaler plante zich ook voort met Denovia mens, want uit uit een DNA-analyse van een mensenbeen van zo'n 90.000 jaar geleden bleek, dat een vrouw een neanderthaler als moeder had en een denisovaman als vader (1).


Menselijke oorsprong en "Out-of-Africa" circa 60.000 jaar geleden:

Een overzicht van de laatste grote trek uit Afrika. Delen van de wereld (zoals Atapuerca in Spanje) zijn voor de laatste trek bevolkt geweest. De Toba-uitbarsting heeft waarschijnlijk gezorgd voor het uitsterven van de hominiden die buiten tropisch Afrika vertoefden (bron en afbeelding Endicott 2009, 2).


Wat aten onze voorouders?

Het dieet van onze vroegste voorouders, die ongeveer zes miljoen jaar geleden in Afrika leefden, leek waarschijnlijk veel op dat van chimpansees die omnivoor is. Deze voorouders aten voornamelijk fruit en andere plantendelen zoals bladeren, bloemen en schors, maar ook noten en insecten (3,4,5). Tandmorfologie en tandheelkundige microslijtageonderzoeken suggereren dat het dieet van sommige mensachtigen bestond uit harde voedselproducten zoals zaden, noten, wortels en knollen (6,7,8,9).


Minstens 2,6 miljoen jaar geleden begon een opmerkelijke uitbreiding van dit dieet op te treden; sommige mensachtigen (die verderop besproken worden) begonnen vlees en beenmerg van kleine tot zeer grote dieren in hun dieet op te nemen. Waarschijnlijk waren in in ieder geval in eerste instantie de grote dieren als voedsel overblijfselen van de prooien die waren gedood door andere roofdieren.


Het vroegste goed gedocumenteerde bewijs van aanhoudende hominine-carnivorie uit opgegraven fossiele dierresten die voorkomt in combinatie met grote concentraties stenen werktuigen, is afkomstig van 2,0 Miljoen jaar geleden gevonden in Kanjera, Kenia (Ferraro et al. 2013). Naast landdieren toont bewijs van één locatie op Koobi Fora aan dat mensachtigen aquatisch voedsel zoals schildpadden, krokodillen en vissen begonnen op te nemen in hun dieet ongeveer 1,95 miljoen jaar terug (10).


1,8 miljoen jaar geleden zijn op meerdere plaatsen in Olduvaikloof, Tanzania, bewijs van afgeslachte zoogdierresten, variërend in grootte van egels tot olifanten; waarbij grote aantallen stenen werktuigen zijn gevonden (11,12).


Wat aten onze minder verre voorouders zoals Homo Erectus en Homo Heidelbergensis

H. Erectus leefde een lange tijd van circa 2 miljoen tot circa 140.000 jaar geleden met een groot geografisch bereik. Het is daarnaast ook een belangrijke fossiele voorouder aangezien hij veel met de moderne mens overeenkomt. Hij had een als eerste homonoide een flink groter brein en was langer dan de moderne mens. Dat grotere brein en lichaam had meer (energierijk) voedsel nodig om te overleven (13).


Analyses van de tandheelkundige micro-slijtage en stabiele isotopenchemie van H. erectus-fossielen (moleculen uit voedsel worden van nature opgenomen in groeiende tanden en botten) suggereren dat H. Erectus een redelijk flexibel en divers dieet at, dat waarschijnlijk veel dierlijke eiwitten bevatte (13).


Homo heidelbergensis leefde van 600.000 tot 200.000 jaar geleden, in Afrika, Europa en waarschijnlijk Azië. In Duitsland zijn houten speren gevonden die dateren tussen 380.000 en 400.000 jaar geleden, wat aangeeft dat H. heidelbergensis een jager op groot wild was met geavanceerde technologie. H. Heidelbergensis had weer een groter brein dan H. Erectus en was lichtelijk kleiner dan dat van H. Sapiens (14).


Wat aten Homo Sapiens

300.000 jaar geleden aten onze voorouders veel gazelle-vlees, met af en toe een gnoe, zebra en ander wild en misschien een seizoensgebonden struisvogelei (15). Daarnaast aten H. Sapiens ook kust- en andere mariene voedingsbronnen. Sommige onderzoekers stellen dat de introductie van schelpdieren en andere mariene soorten een belangrijke rol spelen in de evolutie van de moderne Homo sapiens, aangezien het ontwikkelen van zo'n groot brein anders niet mogelijk was geweest. Daarvoor zijn namelijk grote hoeveelheden voedingsstoffen nodig voor de groei van de menselijke hersenen, zoals DHA (docosahexaeenzuur), een van de meest voorkomende lange keten onverzadigde vetzuren in onze hersenen Dit vinden we alleen in die mate bij voedselbronnen in en aan het water.


Wortels en knollen zat in het menselijke dieet en er kan waarschijnlijk worden aangenomen dat ze verband houden met vuur, aangezien koken waarschijnlijk nodig zou zijn om veel knollen te verteren [16]. Zetmeel (koolhydraten) in deze voedingsmiddelen hebben (in ieder geval) mede tot gevolg gehad in het ontwikkelen van genen die leiden tot te productie van amylase, wat enzymen zijn om zetmeel te kunnen afbreken. Ook is er een vondsten van grote hoeveelheden Sorgum (graan) in een grot gevonden die dateerden van 100.000 jaar geleden. Het is de vraag of dit voedsel was, als beddengoed of vuurhout gebruikt werd, aangezien er geen verdere bewijzen zijn van bereidingswijze. Dit graan is namelijk maar moeilijk te verteren ander. Hoe dan ook of er al voor de landbouwrevolutie granen werden includeerd in ons dieet was dit wilde graan een andere variant dan het moderne graan wat we vandaag de dag eten.

Het gebruik van wortel- en knollensoorten vormde waarschijnlijk een essentieel onderdeel van het dieet, aangezien het relatief stabiel door het jaar heen beschikbaar was. Het vermogen om zetmeel te verwerken is genetisch gekoppeld aan de moderne mens, waarbij de genen die nodig zijn voor de consumptie ervan niet worden aangetroffen bij de H. Neanderthalensis, H. Denovia of Chimpanzee (17). De timing van deze mutatie bij moderne mensen is belangrijk omdat het betekent dat het vermogen om sterk zetmeelrijk voedsel te verteren zich pas in de laatste 200.000 jaar heeft ontwikkeld (17). Deze aanpassing heeft bij het einde van de laatste ijstijd de intrede van de landbouwevolutie makkelijker gemaakt.

In het laatste deel van het paleolithicum, werd er door de H. Sapiens niet alleen een grote verscheidenheid aan planten geconsumeerd, maar ook een grote verscheidenheid aan dieren, slakken en vissen. Om de vele verschillende soorten te eten, was er ook een grotere verscheidenheid aan gereedschappen nodig en beschikbaar dan ooit tevoren beschikbaar. De verschuiving naar een dieet van hogere kwaliteit en de technologie om een ​​breed scala aan voedingsmiddelen te verwerken, wordt bij de moderne mens weerspiegeld door zowel de relatief grotere hersengrootte als de vermindering van de darmomvang. De trend van grotere hersenomvang, het eten van dierlijke eiwitten, het gebruik van vuur en diversificatie van geëxploiteerd voedsel is de sleutel tot het begrijpen van de veranderende eetgewoonten van menselijke voorouders. Er is nog steeds veel onduidelijkheid en niets is simpel of eenduidig te stellen. Dat is eigenlijk logisch want evolutie is een zeer volle chaotische soep met veel onbekende ingrediënten.



Conclusie

Het echte oerdieet was niet alleen maar vlees en merg. Onze voorouders vraten waarschijnlijk alles waar ze maar konden vinden opeten. Vissen, schelpen, slakken, gnoe's, zebra's, vogels, duizenden verschillende planten, fruit, insecten, knollen, bloemen, noten, zaden en misschien al een beetje graan voor de komst van het haloceen. Dat H. Sapiens en H. Erectus aan kannibalisme deden wegens waarschijnlijk voedselschaarste geeft wel weer dat we van alles aten om te overleven.

De verhoudingen in het voedingspatroon verschilden natuurlijk per locatie en tijdsperiode, echter is het oorspronkelijk mensendieet dus extreem divers. Het succes van de mens ligt hem ook in de flexibiliteit van overweg kunnen met verschillen omstandigheden en dus ook aanbod van voeding. Wanneer je het gevarieerde voedingspatroon van toen afzet tegen het eenzijdige patroon sinds de landbouw revolutie dan kan je je voorstellen dat onze genetica hier niet op voorbereid is.

Lees in deel twee verder hoe deze verandering gepaard ging met afname van hersen-/lichaamsgrootte en gezondheid, maar wel toename van de bevolking. Overleven en bevolkingsgroei hoeft namelijk niet samen te gaan met (optimale) gezondheid.

Bronnen

Amanda Mummert, Emily Esche, Joshua Robinson and George J. Armelagos. Stature and robusticity during the agricultural transition: Evidence from the bioarchaeological record. Economics & Human Biology, Volume 9, Issue 3, July 2011, Pages 284-301


Ruiz-Núñez, B., Pruimboom, L., Dijck-Brouwer, D. A., & Muskiet, F. A. (2013). Lifestyle and nutritional imbalances associated with Western diseases: causes and consequences of chronic systemic low-grade inflammation in an evolutionary context. The Journal of nutritional biochemistry, 24(7), 1183–1201. https://doi.org/10.1016/j.jnutbio.2013.02.009

  1. https://www.nature.com/articles/d41586-018-06004-0 Nature 560, 417-418 (2018) doi: 10.1038/d41586-018-06004-0

  2. Endicott P., Ho S.Y., Metspalu M., Stringer C., Evaluating the mitochondrial timescale of human evolution, Trends Ecol 93 Evol. 2009 Sep;24(9):515-21.

  3. Andrews, P. & Martin, L. Hominoid dietary evolution. Philosophical Transactions of the Royal Society of London B 334, 199-209 (1991).

  4. Milton, K. A hypothesis to explain the role of meat-eating in human evolution. Evolutionary Anthropology 8, 11-21 (1999).

  5. Watts, D. P. Scavenging by chimpanzees at Ngogo and the relevance of chimpanzee scavenging to early hominin behavioral ecology. Journal of Human Evolution 54, 125-133 (2008).

  6. Jolly, C. J. The seed-eaters: a new model of hominid differentiation based on a baboon analogy. Man 5, 1-26 (1970).

  7. Peters, C. R. & O'Brian, E. M. The early hominid plant-food niche: insights from an analysis of plant exploitation by Homo, Pan, and Papio in eastern and southern Africa. Current Anthropology 22, 127-140 (1981).

  8. Teaford, M. F. & Ungar, P. S. Diet and the evolution of the earliest human ancestors. Proceedings of the National Academy of Sciences USA 97, 13506-13511 (2000).

  9. Luca, F., Perry, G. H. & Di Rienzo, A. Evolutionary adaptations to dietary changes. Annual Review of Nutrition 30, 291-314 (2010).

  10. Braun, D. R. et al. Early hominin diet included diverse terrestrial and aquatic animals 1.95 Ma in East Turkana, Kenya. Proceedings of the National Academy of Sciences USA 107, 10002-10007 (2010).

  11. Domínguez-Rodrigo, M. et al. (Eds.) Deconstructing Olduvai: A Taphonomic Study of the Bed I Sites. Springer, Netherlands (2007)

  12. Blumenschine, R. J. & Pobiner, B. L. Zooarchaeology and the ecology of Oldowan hominin carnivory. In Ungar, P. (Ed.), Early Hominin Diets: The Known, the Unknown, and the Unknowable. Oxford University Press, Oxford, pp. 167-190 (2006).

  13. Van Arsdale, A. P. (2013) Homo erectus - A Bigger, Smarter, Faster Hominin Lineage. Nature Education Knowledge4(1):2

  14. Ungar, Peter & Sponheimer, Matt. (2011). The Diets of Early Hominins. Science (New York, N.Y.). 334. 190-3. 10.1126/science.1207701.

  15. Jean-Jacques Hublin, Abdelouahed Ben-Ncer, Shara E. Bailey, Sarah E. Freidline, Simon Neubauer, Matthew M. Skinner, Inga Bergmann, Adeline Le Cabec, Stefano Benazzi, Katerina Harvati, Philipp Gunz. New fossils from Jebel Irhoud, Morocco and the pan-African origin of Homo sapiens. Nature, 2017; 546 (7657): 289 DOI: 10.1038/nature22336

  16. Gowlett, J.A.J. (2003). "What Actually was the Stone Age Diet?". J. Nutr. Environ. Med. 13 (3): 143–147. doi:10.1080/13590840310001619338

  17. Perry, G.H., et al., Insights into hominin phenotypic and dietary evolution from ancient DNA sequence data, Journal of Human Evolution (2014), http://dx.doi.org/10.1016/j.jhevol.2014.10.018

98 views0 comments