Je bent wat je voorouders aten in het paleolithicum

Updated: Aug 24

"Kijk diep in de natuur en je zult alles beter begrijpen" is een quote van Einstein en geeft weer hoe belangrijk het is om wat dieper in de natuur en geschiedenis te kijken om onszelf te begrijpen. Het laatste grote stuk evolutionaire geschiedenis heette het paleolithicum. Dit stuk uit onze geschiedenis duurde van 2,5 miljoen tot 12.000 jaar geleden en stopte met de komst van de landbouw. Vooral in deze periode is de mens genetisch en lichamelijk geworden tot wat hij vandaag de dag is. De landbouwperiode erna is vanuit de natuur en evolutie bekeken een fractie en betreft onze genetische opmaak maar van beperkte invloed. Dit geld natuurlijk al helemaal voor de laatste 150 jaar met de komst van de industriële revolutie. Voor ons lijf en (epi)genetische programmering is het leven van vandaag alsof we op Mars zijn beland. Zo eten we de hele dag door veel snelle acellulaire suikers (e.a. granen, aardappelen), bewegen amper en hebben hypotheekstress. Vroeger deden we (noodgedwongen) aan fasten, de dagelijkse suikers kwamen voornamelijk uit langzame cellulaire groenten, we bewogen de hele dag en hadden kortdurende stress zoals koude en hitte. Het is natuurlijk geen toeval dat fasten, bewegen, de sauna of een koude douche gezondheidseffecten hebben. Daar zijn we naar gevormd. Dat we een bepaalde mate van verteringsmogelijkheden hebben ontwikkeld voor granen, melk (lactasepersistentie) of bijvoorbeeld alcohol hoeft niet te betekenen dat het in de grote mate zoals in het westerse dieet bij ons op evolutie gebaseerde lichaam past.

Het niet in lijn leven met onze (epi)genetische 'programma' wordt in de wetenschap de mismatch hypothese genoemd. Deze mismatch heeft desastreuze gevolgen voor onze gezondheid. In dit artikel wordt een korte introductie in onze evolutionaire historie en de voeding dat wij aten. In een volgend artikel kan je lezen wat de landbouwrevolutie voor negatieve gevolgen had voor de mensheid.


Hoe het in Afrika begon

Vroege homonoiden (homo betekend mens) dus mensachtigen leefden zo'n 10 miljoen jaar geleden in Afrika. Pas met de de komst van Homo Erectus is het Afrikaanse continent voor het eerst door mensachtigen verlaten. Homo Erectus had als eerste een flink groter brein, maar ook langere benen en handen zoals wij ze vandaag de dag hebben. Homo erectus was een centrale voorouder waaruit 'takken' van andere mensachtigen ontstonden, zoals Homo Heidelbergensis (Afrika-Europa-Azie), Homo Heidelbergensis Denisova (Azie) en de meer bekender Homo Neanderthalensis (Europa, West-Azie).


Alle organismen en onze voorouders passen zich in de tijd en veranderende leefomstandigheden aan. Hoe langer de periode en hoe dichter bij het heden hoe meer dit wat zegt over waar het lichaam van de moderne mens op gebaseerd is. Hieronder (video) gaan we van terug in de tijd richting het heden. Let op dat meerdere soorten besproken worden, want het is namelijk niet compleet helder wat onze exacte evolutielijn is. De vraag is of er überhaupt over een lijn zou moeten worden gesproken, want er is ook genetische uitwisselt tussen soorten. Alle soorten in dit artikel worden als onze voorouders beschouwd.


Bekijk deze prachtige weergave van menselijke evolutie:

Bron: American Museum of Natural History, New York, NY


Homo Sapiens en out of Africa

De verdere ontwikkeling van de hominiden verliep gedurende een aantal miljoen jaar tot ongeveer 200.000 tot 160.000 jaar geleden het definitieve uiterlijk van Homo sapiens bereikt werd (2). De toenmalige mens verbleef op een aantal locaties in Afrika (Ethiopië, Kenia, Zuid-Afrika) en waarschijnlijk in Eurazië. Een zeer recente 'bottleneck' gebeurtenis, de eruptie van supervulkaan Toba 74.000 jaar geleden (zie afbeelding) heeft de toenmalige bevolking waarschijnlijk grotendeels uitgeroeid en teruggebracht tot een zeer gering aantal overlevenden in tropisch Afrika (Ethiopië, Kenia). De overgebleven populatie heeft waarschijnlijk zo´n 10.000 tot 20.000 jaar gebruikt om weer op een peil te komen, waardoor de dichtheid van de bevolking een niveau haalde dat migratie naar andere delen van de wereld noodzakelijk maar ook mogelijk maakte (2).


Er zijn meerdere migratiestromingen geweest maar de laatste trek “out of Africa” begon zo rond 60.000 jaar geleden (zie afbeelding), waarschijnlijk ingegeven door de genoemde verhoging van de bevolkingsdichtheid en de noodzaak tot het vinden van voeding. Zeer recent is een nieuwe verklaring gegeven voor de trek uit Afrika: de vlucht voor pathogenen en dan vooral voor malaria. Aangenomen wordt dat de pathogenendruk in Afrika zeer groot was en dat overlevingsdrang de toenmalige mens uit Afrika heeft gedreven. Mogelijk hebben deze mensen ziekteverwekkende pathogenen meegenomen op hun reis naar Europa, wat een factor zou kunnen zijn voor het uitsterven van de Neanderthaler in die gebieden.


Bij de ontmoetingen met andere soorten hebben Homo sapiens zich o.a. voortgeplant met de Neanderthaler, wat te zien is aan de circa 1-2% Neanderthaler DNA in de moderne mens. Zo bevatten Oost-Aziaten de meeste, Europeanen gemiddeld en Afrikanen de minste Neanderthaler DNA. Oost Aziaten zijn overigens ook degenen die de meeste DNA van de Denovia mens bevatten. De Neanderthaler plante zich ook voort met Denovia mens, want uit uit een DNA-analyse van een mensenbeen van zo'n 90.000 jaar geleden bleek, dat een vrouw een neanderthaler als moeder had en een denisovaman als vader (1).


Menselijke oorsprong en "Out-of-Africa" circa 60.000 jaar geleden:

Een overzicht van de laatste grote trek uit Afrika. Delen van de wereld (zoals Atapuerca in Spanje) zijn voor de laatste trek bevolkt geweest. De Toba-uitbarsting heeft waarschijnlijk gezorgd voor het uitsterven van de hominiden die buiten tropisch Afrika vertoefden (bron en afbeelding Endicott 2009, 2).


Wat aten onze voorouders?

Het dieet van onze vroegste voorouders, die ongeveer zes miljoen jaar geleden in Afrika leefden, leek waarschijnlijk veel op dat van chimpansees die omnivoor is. Deze voorouders aten voornamelijk fruit en andere plantendelen zoals bladeren, bloemen en schors, maar ook noten en insecten (3,4,5). Tandmorfologie en tandheelkundige microslijtageonderzoeken suggereren dat het dieet van sommige mensachtigen bestond uit harde voedselproducten zoals zaden, noten, wortels en knollen (6,7,8,9).


Minstens 2,6 miljoen jaar geleden begon een opmerkelijke uitbreiding van dit dieet op te treden; sommige mensachtigen (die verderop besproken worden) begonnen vlees en beenmerg van kleine tot zeer grote dieren in hun dieet op te nemen. Waarschijnlijk waren in in ieder geval in eerste instantie de grote dieren als voedsel overblijfselen van de prooien die waren gedood door andere roofdieren.


Het vroegste goed gedocumenteerde bewijs van aanhoudende hominine-carnivorie uit opgegraven fossiele dierresten die voorkomt in combinatie met grote concentraties stenen werktuigen, is afkomstig van 2,0 Miljoen jaar geleden gevonden in Kanjera, Kenia (Ferraro et al. 2013). Naast landdieren toont bewijs van één locatie op Koobi Fora aan dat mensachtigen aquatisch voedsel zoals schildpadden, krokodillen en vissen begonnen op te nemen in hun dieet ongeveer 1,95 miljoen jaar terug (10).


1,8 miljoen jaar geleden zijn op meerdere plaatsen in Olduvaikloof, Tanzania, bewijs van afgeslachte zoogdierresten, variërend in grootte van egels tot olifanten; waarbij grote aantallen stenen werktuigen zijn gevonden (11,12).


Wat aten onze minder verre voorouders zoals Homo Erectus en Homo Heidelbergensis

H. Erectus leefde een lange tijd van circa 2 miljoen tot circa 140.000 jaar geleden met een groot geografisch bereik. Het is daarnaast ook een belangrijke fossiele voorouder aangezien hij veel met de moderne mens overeenkomt. Hij had een als eerste homonoide een flink groter brein en was langer dan de moderne mens. Dat grotere brein en lichaam had meer (energierijk) voedsel nodig om te overleven (13).


Analyses van de tandheelkundige micro-slijtage en stabiele isotopenchemie van H. erectus-fossielen (moleculen uit voedsel worden van nature opgenomen in groeiende tanden en botten) suggereren dat H. Erectus een redelijk flexibel en divers dieet at, dat waarschijnlijk veel dierlijke eiwitten bevatte (13).


Homo heidelbergensis leefde van 600.000 tot 200.000 jaar geleden, in Afrika, Europa en waarschijnlijk Azië. In Duitsland zijn houten speren gevonden die dateren tussen 380.000 en 400.000 jaar geleden, wat aangeeft dat H. heidelbergensis een jager op groot wild was met geavanceerde technologie. H. Heidelbergensis had weer een groter brein dan H. Erectus en was lichtelijk kleiner dan dat van H. Sapiens (14).


Wat aten Homo Sapiens

300.000 jaar geleden aten onze voorouders veel gazelle-vlees, met af en toe een gnoe, zebra en ander wild en misschien een seizoensgebonden struisvogelei (15). Daarnaast aten H. Sapiens ook kust- en andere mariene voedingsbronnen. Sommige onderzoekers stellen dat de introductie van schelpdieren en andere mariene soorten een belangrijke rol spelen in de evolutie van de moderne Homo sapiens, aangezien het ontwikkelen van zo'n groot brein anders niet mogelijk was geweest. Daarvoor zijn namelijk grote hoeveelheden voedingsstoffen nodig voor de groei van de menselijke hersenen, zoals DHA (docosahexaeenzuur), een van de meest voorkomende lange keten onverzadigde vetzuren in onze hersenen Dit vinden we alleen in die mate bij voedselbronnen in en aan het water.


Wortels en knollen zat in het menselijke dieet en er kan waarschijnlijk worden aangenomen dat ze verband houden met vuur, aangezien koken waarschijnlijk nodig zou zijn om veel knollen te verteren [16]. Zetmeel (koolhydraten) in deze voedingsmiddelen hebben (in ieder geval) mede tot gevolg gehad in het ontwikkelen van genen die leiden tot te productie van amylase, wat enzymen zijn om zetmeel te kunnen afbreken. Ook is er een vondsten van grote hoeveelheden Sorgum (graan) in een grot gevonden die dateerden van 100.000 jaar geleden. Het is de vraag of dit voedsel was, als beddengoed of vuurhout gebruikt werd, aangezien er geen verdere bewijzen zijn van bereidingswijze. Dit graan is namelijk maar moeilijk te verteren ander. Hoe dan ook of er al voor de landbouwrevolutie granen werden includeerd in ons dieet was dit wilde graan een andere variant dan het moderne graan wat we vandaag de dag eten.


Het gebruik van wortel- en knollensoorten vormde waarschijnlijk een essentieel onderdeel van het dieet, aangezien het relatief stabiel door het jaar heen beschikbaar was. Het vermogen om zetmeel te verwerken is genetisch gekoppeld aan de moderne mens, waarbij de genen die nodig zijn voor de consumptie ervan niet worden aangetroffen bij de H. Neanderthalensis, H. Denovia of Chimpanzee (17). De timing van deze mutatie bij moderne mensen is belangrijk omdat het betekent dat het vermogen om sterk zetmeelrijk voedsel te verteren zich pas in de laatste 200.000 jaar heeft ontwikkeld (17). Deze aanpassing heeft bij het einde van de laatste ijstijd de intrede van de landbouwevolutie makkelijker gemaakt.

In het laatste deel van het paleolithicum, werd er door de H. Sapiens niet alleen een grote verscheidenheid aan planten geconsumeerd, maar ook een grote verscheidenheid aan dieren, slakken en vissen. Om de vele verschillende soorten te eten, was er ook een grotere verscheidenheid aan gereedschappen nodig en beschikbaar dan ooit tevoren beschikbaar. De verschuiving naar een dieet van hogere kwaliteit en de technologie om een ​​breed scala aan voedingsmiddelen te verwerken, wordt bij de moderne mens weerspiegeld door zowel de relatief grotere hersengrootte als de vermindering van de darmomvang. De trend van grotere hersenomvang, het eten van dierlijke eiwitten, het gebruik van vuur en diversificatie van geëxploiteerd voedsel is de sleutel tot het begrijpen van de veranderende eetgewoonten van menselijke voorouders. Er is nog steeds veel onduidelijkheid en niets is simpel of eenduidig te stellen. Dat is eigenlijk logisch want evolutie is een zeer volle chaotische soep met veel onbekende ingrediënten.




Conclusie

Het echte oerdieet was niet alleen maar vlees en merg. Onze voorouders vraten waarschijnlijk alles waar ze maar konden vinden opeten. Vissen, schelpen, slakken, gnoe's, zebra's, vogels, duizenden verschillende planten, fruit, insecten, knollen, bloemen, noten, zaden en misschien al een beetje graan voor de komst van het haloceen. Dat H. Sapiens en H. Erectus aan kannibalisme deden wegens waarschijnlijk voedselschaarste geeft wel weer dat we van alles aten om te overleven.


De verhoudingen in het voedingspatroon verschilden natuurlijk per locatie en tijdsperiode, echter is het oorspronkelijk mensendieet dus extreem divers. Het succes van de mens ligt hem ook in de flexibiliteit van overweg kunnen met verschillen omstandigheden en dus ook aanbod van voeding. Wanneer je het gevarieerde voedingspatroon van toen afzet tegen het eenzijdige patroon sinds de landbouw revolutie dan kan je je voorstellen dat onze genetica hier niet op voorbereid is.


Lees in deel twee verder hoe deze verandering gepaard ging met afname van hersen-/lichaamsgrootte en gezondheid, maar wel toename van de bevolking. Overleven en bevolkingsgroei hoeft namelijk niet samen te gaan met (optimale) gezondheid.


Bronnen

  1. https://www.nature.com/articles/d41586-018-06004-0 Nature 560, 417-418 (2018) doi: 10.1038/d41586-018-06004-0

  2. Endicott P., Ho S.Y., Metspalu M., Stringer C., Evaluating the mitochondrial timescale of human evolution, Trends Ecol 93 Evol. 2009 Sep;24(9):515-21.

  3. Andrews, P. & Martin, L. Hominoid dietary evolution. Philosophical Transactions of the Royal Society of London B 334, 199-209 (1991).

  4. Milton, K. A hypothesis to explain the role of meat-eating in human evolution. Evolutionary Anthropology 8, 11-21 (1999).

  5. Watts, D. P. Scavenging by chimpanzees at Ngogo and the relevance of chimpanzee scavenging to early hominin behavioral ecology. Journal of Human Evolution 54, 125-133 (2008).

  6. Jolly, C. J. The seed-eaters: a new model of hominid differentiation based on a baboon analogy. Man 5, 1-26 (1970).

  7. Peters, C. R. & O'Brian, E. M. The early hominid plant-food niche: insights from an analysis of plant exploitation by Homo, Pan, and Papio in eastern and southern Africa. Current Anthropology 22, 127-140 (1981).

  8. Teaford, M. F. & Ungar, P. S. Diet and the evolution of the earliest human ancestors. Proceedings of the National Academy of Sciences USA 97, 13506-13511 (2000).

  9. Luca, F., Perry, G. H. & Di Rienzo, A. Evolutionary adaptations to dietary changes. Annual Review of Nutrition 30, 291-314 (2010).

  10. Braun, D. R. et al. Early hominin diet included diverse terrestrial and aquatic animals 1.95 Ma in East Turkana, Kenya. Proceedings of the National Academy of Sciences USA 107, 10002-10007 (2010).

  11. Domínguez-Rodrigo, M. et al. (Eds.) Deconstructing Olduvai: A Taphonomic Study of the Bed I Sites. Springer, Netherlands (2007)

  12. Blumenschine, R. J. & Pobiner, B. L. Zooarchaeology and the ecology of Oldowan hominin carnivory. In Ungar, P. (Ed.), Early Hominin Diets: The Known, the Unknown, and the Unknowable. Oxford University Press, Oxford, pp. 167-190 (2006).

  13. Van Arsdale, A. P. (2013) Homo erectus - A Bigger, Smarter, Faster Hominin Lineage. Nature Education Knowledge4(1):2

  14. Ungar, Peter & Sponheimer, Matt. (2011). The Diets of Early Hominins. Science (New York, N.Y.). 334. 190-3. 10.1126/science.1207701.

  15. Jean-Jacques Hublin, Abdelouahed Ben-Ncer, Shara E. Bailey, Sarah E. Freidline, Simon Neubauer, Matthew M. Skinner, Inga Bergmann, Adeline Le Cabec, Stefano Benazzi, Katerina Harvati, Philipp Gunz. New fossils from Jebel Irhoud, Morocco and the pan-African origin of Homo sapiens. Nature, 2017; 546 (7657): 289 DOI: 10.1038/nature22336

  16. Gowlett, J.A.J. (2003). "What Actually was the Stone Age Diet?". J. Nutr. Environ. Med. 13 (3): 143–147. doi:10.1080/13590840310001619338

  17. Perry, G.H., et al., Insights into hominin phenotypic and dietary evolution from ancient DNA sequence data, Journal of Human Evolution (2014), http://dx.doi.org/10.1016/j.jhevol.2014.10.018





18 views