Epigenetica en westerse chronische ziekten (deel 1: Introductie)

Updated: Jun 29

In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat chronisch systemisch lage graadontsteking ligt aan de basis van veel, zo niet alle, typisch westerse ziekten. Het is een combinatie van een overmatig lichaamsgewicht, verminderde glucosehomeostase, hypertensie en 'verstoorde' cholesterolwaarden (LDL en Triglyceriden zijn verhoogd i.c.m. verlaagde HDL waarde) ook wel het 'dodelijke kwartet' genoemd. Dit vormt een risico voor diabetes mellitus type 2, hart- en vaatziekten, bepaalde kankers (borst-, colorectale, pancreas), neurodegeneratieve ziekten (bijv. de ziekte van Alzheimer), zwangerschapscomplicaties (zwangerschapsdiabetes, pre-eclampsie), vruchtbaarheidsproblemen (polycysteus ovariumsyndroom) en andere ziekten [1]. Als het allemaal een genetische oorzaak zou hebben, dan zouden onze (verre) voorouders hier ook veel last van hebben gehad. Dat is niet het geval.


Chronische ziekten nemen toe en verschijnen op jongere leeftijd

De last van chronische ziekten neemt wereldwijd snel toe. Er is berekend dat chronische ziekten in 2001 ongeveer 60% van de in totaal 56,5 miljoen gemelde sterfgevallen in de wereld en ongeveer 46% van de wereldwijde ziektelast gaf. Het aandeel van de last van chronische ziekten zal naar verwachting tegen 2020 toenemen tot 57%. Bijna de helft van het totale aantal sterfgevallen door chronische ziekten is toe te schrijven aan hart- en vaatziekten, zwaarlijvigheid en diabetes en vertonen zorgwekkende trends, niet alleen omdat ze al een groot deel van de westerse bevolking treffen, maar ook omdat ze eerder in het leven zijn verschenen [2].

Genetica

Een veelgebruikte redenatie is dat ziekten ontstaan door 'slechte genen'. Om hier een antwoord op te kunnen geven, zullen we eerst wat basale informatie over genetica doornemen: In onze cellen, zit de celkern waar ons DNA in zit. Dit DNA bevat informatie om ons lijf uit te vormen, zoals bij een bouwplan voor een gebouw. Kleine veranderingen in dit 'bouwplan' (genoom), zoals haarkleur hebben duizenden jaren nodig om plaats te vinden, waarbij er voor grote veranderingen, eerder miljoenen jaren nodig zijn. Onze huidige genoom lijkt enorm veel op dat van onze voorouders, die 30.000 jaar geleden leefden als jager-verzamelaar. Hadden zij dan (ook) slechte genen? Chronische ziekten zijn grotendeels te voorkomen, waarbij er sterk bewijs is dat voeding de grootste factor is, aldus de 'Wereld Gezondheid Organisatie' [2]. Normaliter zijn pure genetische ziekten al aanwezig bij conceptie, al is dit een kwestie van semantiek en definitie.


Epigenetica

Omgevingsfactoren door onze leefwijze, bepalen wat voor prikkels onze cellen krijgen, hoe onze cellen reageren en DNA wordt afgelezen. Dit gebeurd processen als methylatie waarbij genetische code wordt 'uitgezet' en acetylatie genen 'aan zet'. Dit wordt bestudeerd door het wetenschappelijke veld epigenetica, dat eigenlijk pas sinds deze eeuw in opmars is gekomen.


Doordat onze genen aan en uit gezet kunnen worden gezet geeft heeft ons lichaam verdere flexibiliteit en variabiliteit voor overleving. Hoe we leven, onze levensomstandigheden, zoals onze voeding, maar ook beweging en chemische stoffen en welke genen dus aan en uit worden gezet bepaalt eigenlijk hoofdzakelijk of wij gezond of ongezond zullen zijn.


Het is waar dat een bepaald persoon een kwetsbaarheid kan hebben voor het ontstaan van een bepaalde ziekte, echter laat epigenetica zien dat hier (veel) invloed op uit te oefenen is. Geen mens hoeft overgewicht te hebben en daar zijn we echt niet genetisch voor geprogrammeerd. Het blijkt ook dat epigenetische factoren overerfbaar zijn, wat bijvoorbeeld verschijnselen als overgewicht bij moeder en kind helpt verklaren. Dus zonder dat er een verandering in de genetische code plaatsvind, wordt hoe het DNA bij het kind wordt afgelezen al door moeder meegeven. Veel wat eventueel mis is, kan 'recht' gezet worden.


Video (in het Engels) over epigenetica:



We kunnen onderscheid maken tussen gunstige en de ongunstige epigenetische factoren:

1. Gunstige factoren verbeteren de werking van de genen. Voorbeelden zijn voldoende lichaamsbeweging, biologische voeding, een gezond milieu, en een gezonde emotionele gesteldheid.

2.Ongunstige factoren benadelen de werking van de genen. Voorbeelden zijn chronische en belastende stress, slechte voeding, gebruik van alcohol, drugs, chemicaliën en metalen in de leefomgeving (luchtvervuiling, deodorant, shampoo et cetera), lichtvervuiling en onvoldoende beweging.

Conclusie

Grijs en kaal worden, lichaamslengte, overgewicht, kanker en gezondheid is een uiting van een mengeling tussen genetische predispositie en epigenetische invloed door levensstijl. We hebben veel meer invloed op onze gezondheid dan vaak wordt geschetst. We kunnen namelijk methylatie en acetylatie beïnvloeden door hoe we leven.


Bronnen

[1] Lifestyle and nutritional imbalances associated with Western diseases: causes and consequences of chronic systemic low-grade inflammation in an evolutionary context


[2] World Health Organisation

21 views